Over BelgiË


Geschiedenis

Belgie werd in oude tijden bevolkt door verschillende Keltische stammen, waarvan de Menapii de belangrijkste zijn. In de Romeinse tijd werden de Keltische stammen in het gebied tussen Noordzee, Rijn, Seine en Marne (Zuid-Nederland, Belgie, Noord-Frankrijk en delen van West-Duitsland) samen aangeduid met het woord Belgae. Het gebied maakte deel uit van het Romeinse Rijk alvorens het in een aantal feodale staten werd verdeeld tijdens de Middeleeuwen.

Tijdens de middeleeuwen werd wat nu onder het huidige Belgie verstaan wordt, verdeeld tussen Frankrijk en het Duitse Rijk. De Schelde werd beschouwd als grens tussen de beide rijken. Het gebied van het huidige Belgie kwam in handen van de Habsburgers in de 15e eeuw (zie Habsburgse Nederlanden) en werd aan het einde van de 18e eeuw overgenomen door de Fransen. Na de nederlaag van Napoleon in 1815 ging Belgie op in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden om zo een bufferstaat te vormen tegen Frankrijk. Belgie werd in 1830 uitgeroepen tot een onafhankelijke constitutionele monarchie (zie ook: Belgische Revolutie). De leuze van Belgie is eendracht maakt macht. Deze eendracht sloeg in 1830 op de vereniging van de negen provincien. Deze negen provinciewapens zijn dan ook vertegenwoordigd in het wapenschild van het land.

Belgie werd in de Eerste Wereldoorlog bijna helemaal bezet door Duitsland. Enkel het gebied achter de IJzer in West-Vlaanderen bleef onder Belgische controle. Tijdens de Tweede Wereldoorlog capituleerde het Belgische leger na achttien dagen strijd en werd heel het land bezet. In september 1944 werd het grootste deel van Belgie door de geallieerden bevrijd. De spanningen tussen Nederlandstalige Vlamingen in het noorden en de Franstalige Walen in het zuiden hebben de laatste jaren geleid tot constitutionele amendementen. Zo werd Belgie een federale staat met drie gewesten en gemeenschappen (zie Staatsstructuur).

 

 

Bevolking

Belgie kent drie gemeenschappen. De Vlamingen (in het noorden van het land) spreken Nederlands en vormen de grootste bevolkingsgroep. De Walen (in het zuiden) spreken Frans. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is wegens zijn hoofdstedelijke functie een tweetalig gewest en vormt in principe een doorsnede tussen de Vlaamse en de Franse Gemeenschap. Ten slotte is er nog de kleine Duitstalige Gemeenschap (in het oosten van het land).

De Belgen hebben nog steeds de reputatie van bescheiden en gematigd. Ze gaan door voor harde werkers. De productiviteit van de Belgische werknemers is een van de hoogste ter wereld.

De Belgen staan er ook om bekend dat ze "een baksteen in hun maag hebben". Ze investeren aanzienlijke bedragen in hun woning en aangezien de bouwgronden alsmaar schaarser worden (de bevolkingsdichtheid bedraagt 340,8/kme (2008)), beleeft de renovatiesector gouden tijden.

De gezinsgrootte in Belgie neemt af. Dit verschijnsel doet zich ook in andere landen van de Europese Unie voor. De vruchtbaarheidsgraad ligt op 1,56 kinderen per vrouw waardoor Belgie geconfronteerd wordt met een verouderende bevolking: 15% is ouder dan 65 jaar. De levensverwachting ligt op 75 jaar voor de mannen en 81 jaar voor de vrouwen.

De kwaliteit van de Belgische gezondheidszorg behoort tot de beste ter wereld en volgens een enquete vindt bijna 80% van de Belgen dat ze in zeer goede gezondheid verkeren.

Wat de levensstandaard betreft zijn er ongelijkheden tussen de inwoners van de verschillende gewesten; het Vlaams Gewest is financieel gezien rijker dan Wallonie.

 

Geografie

Het terrein van Belgie is grotendeels laagland, behalve de Ardennen in het zuiden. Door het land stromen de rivieren de Maas en de Schelde en een netwerk van kanalen. Belgie is een van de dichtstbevolkte landen in Europa.

Historisch bestaat het land uit twee etnische en culturele gebieden, over het algemeen Vlaanderen en Wallonie genoemd.

Vlaanderen bestrijkt de noordelijke provincies:

- Oost-Vlaanderen
- West-Vlaanderen
- Antwerpen
- Limburg
- Vlaams-Brabant

Wallonie bestaat uit de zuidelijke provincies:

- Waals-Brabant
- Henegouwen,
- Luik
- Provincie Luxemburg
- Namen

De scheidingslijn loopt van oost naar west ruwweg iets ten zuiden van Brussel. De hoofdstedelijke agglomeratie zelf wordt door zowel Nederlandstalige als Franstalige Brusselaars bewoond. De verfransing van Brussel is vooral het gevolg van inwijking en verfransing van de oorspronkelijk grotendeels Nederlandstalige bevolking, immers op basis van een studie van stadsarchieven komt Herve Hasquin (professor aan de ULB en prominent Franstalig MR politicus) in 1979 tot de bevinding dat ongeveer 90% van de bevolking in 1785 nog Nederlandstalig is, terwijl de verhouding nu ongeveer net andersom is.

Natuur

Ondanks het feit dat Belgie een klein land is en echte natuur, vooral in Vlaanderen, eerder zeldzaam is, herbergt het land toch een groot aantal zoogdieren, vogels, insecten en planten. 21,4% van het oppervlak van het land is bedekt met bos. Dat is vrij veel als je weet dat Belgie een van de dichtst- bevolkte staten van Europa is. In Vlaanderen vind je, buiten de steden en industriegebieden, vooral landbouwzones. In grachten kan je vele waterplanten en insecten terug vinden. Naast die land- bouwzones heb je dan hier en daar een bos die vooral in de Kempen (ten oosten van de stad Antwerpen en Noord-Limburg), talrijker aanwezig zijn. Belangrijke bossen in Brabant zijn het Hallerbos, het Zonienwoud bij Brussel en het Heverleebos en het Meerdaalwoud bij Leuven. In de grootste bossen komen eekhoorns, reeen en vossen voor. De totale bosoppervlakte in Vlaanderen bedraagt 146.381 ha. en er is 22.135 ha park (toebehorend aan gemeenten en steden).

In de Ardennen is de natuur ongerepter. Dit komt mede omdat de bevolkingsdichtheid er veel lager is dan in Vlaanderen. 1/3 van de oppervlakte van Wallonie is bebost en dat oppervlak wordt ook alsmaar groter. Een groot deel van dat bos bestaat echter uit sparrebossen die weinig natuurwaarde hebben.

Een van de meest ongerepte stukjes natuur van Belgie zijn ongetwijfeld De Hoge Venen in de Oostkantons. Door het strenge klimaat, de vele neerslag en de strenge lange winters vind je daar zeldzame plantensoorten, die ook voorkomen in bergstreken of in Noord-Europa. De bijzondere flora in de Hoge Venen kan echter verloren gaan indien de opwarming van het klimaat extreem zou worden.

 

Economie

De economie van Belgie is met name gebaseerd op de diensten, vervoer, handel en de industrie. De mijnbouw, die ondertussen is stopgezet, en de productie van staal, chemische producten en cement zijn geconcentreerd in de valleien van Samber en Maas, in de Borinage rond Bergen, Charleroi, Namen en Luik en in het Kempens Steenkolenbekken. Luik is een belangrijk staalcentrum. Reeds lang worden metaalproducten zoals bruggen, zware machines, industriele en chirurgische apparatuur, motorvoertuigen, werktuigen en munitie vervaardigd. De chemische producten omvatten meststoffen, kleurstoffen, geneesmiddelen en plastieken; de petrochemische industrie is geconcentreerd dichtbij de olieraffinaderijen van Antwerpen.

De textielproductie, die in de Middeleeuwen begon, omvat katoen, linnen, wol en kunstvezels; tapijten en dekens zijn belangrijke vervaardigde producten. Gent, Kortrijk, Doornik en Verviers zijn allen textielcentra; Mechelen, Brugge en Brussel zijn beroemd vanwege hun kant. Andere industrieen omvatten diamantslijperij (Antwerpen is een belangrijk diamantcentrum), cement en glasproductie, en de verwerking van leer en hout. Meer dan 55 % van de elektriciteit van Belgie wordt opgewekt uit kernenergie.

De Belgische industrie is zwaar afhankelijk van de invoer voor zijn grondstoffen. Het meeste ijzer komt uit het bassin van Lotharingen in Frankrijk, terwijl de non-ferro metaalproducten van ingevoerde grondstoffen worden gemaakt, waaronder zink, koper, lood en tin.

De uitvoer (handel) omvat ijzer en staal, vervoersapparatuur, tractoren, diamanten en aardolieproducten. De industriele centra zijn verbonden met elkaar en met de belangrijkste havens van Antwerpen, Zeebrugge en Gent door de rivieren de Maas en de Schelde en hun zijrivieren, door een netwerk van kanalen (in het bijzonder Albertkanaal, het kanaal Gent-Terneuzen en het Boudewijnkanaal), en door een uitgebreid spoorwegsysteem.

Belgie heeft veel vruchtbare en goed bewaterde grond, hoewel de landbouw slechts een klein percentage van het aantal arbeidskrachten vertegenwoordigt. De belangrijkste gewassen zijn tarwe, haver, rogge, gerst, suikerbieten, aardappels en vlas. Rundvee en varkens evenals de zuivelproductie (vooral in Vlaanderen) zijn ook belangrijk. Het verwerkte voedsel omvat bietsuiker, kaas en andere zuivelproducten; bier en andere dranken worden ook vervaardigd.

De munteenheid is sinds 1 januari 2002 de gemeenschappelijke Europese munt euro (EUR) het enige wettelijke betaalmiddel. Voordien was dit de Belgische frank (BEF). Deze was reeds sinds 1 januari 1999 gekoppeld aan de gemeenschappelijke Europese munt. (1 euro = 40.3399 BEF) Van 1926 tot 1946 is er ook als munt de Belga geweest, die een waarde had van vijf BEF. Deze benaming was niet populair en werd in 1946 afgeschaft.